Verwarm de oven voor op 180°C onder- en bovenwarmte. Neem een maatbeker of kom van minimaal 500ml. Zet wat water op in de waterkoker. Maak de groenten schoon en snijd de harde groenten soorten kleiner dan de soorten die sneller gaar zijn. Het liefst in een vorm waarbij je de stukken groenten kunt omdraaien.
Als je tijd hebt is het lekker om ieder geval een aantal van de groenten te grillen voor ze in de oven gaan. Ik doe dat meestal wel met de ui, prei, kool en aubergine. Het geeft extra smaak maar het hoeft niet. Leg alle gesneden en gegrilde groenten op een vlakke passende bakplaat met een rand. Omdat de groenten in een laagje marinade moeten staan is het belangrijk dat je een plaat of ovenschaal neemt waar de groenten net mooi inpassen, dus niet oversized.
Neem je maatbeker en doe daar alle ingrediënten behalve het water in, roer goed door elkaar. Vul de marinade vervolgens bij met het gekookte water tot ongeveer 300ml en roer tot het een geheel is. Wanneer de oven op temperatuur is kun je de marinade over de groenten gieten. Verdeel de marinade goed en is te dik en loopt ie niet lekker weg, doe er dan nog een beetje gekookt water bij.
Schuif de bakplaat in het midden van de oven en zet je wekker op 15 minuten. Na 15 minuten haal je de bakplaat uit de oven en draai je met een tang alle stukken groenten om, zodat de andere kant in de marinade ligt. Is de marinade erg verdampt en heel dik doe er dan nog een scheut water bij. Zet nu weer terug in de oven en zet je wekker op 10 minuten. Dit zou het moment zijn om er eventueel een paar stukjes zalm tussen te leggen!
Na de 10 minuten prik je met een vork of mes in de harde groenten om te kijken of die helemaal gaar zijn, zo niet doe hem nog 5 minuutjes terug de oven in. Is alles gaar?
Serveer de groenten dan op een schaal met een tang en bestrooi eventueel met sesamzaad of Furikake (sesam, nori en zout). De saus die over is kun je erbij serveren of bewaren voor bijvoorbeeld soep.