Verwarm de oven voor op 180°C en weeg de boter af in een ovenbestendig bakje en zet even 10 minuutjes in de oven om te smelten.
Klop met een machine- of handmixer de eieren met de suiker luchtig in ongeveer 8 minuten.
Weeg de overige droge ingrediënten af in een mengkom, dus de bloem, bakpoeder en zout. Meng goed door elkaar.
Meng in een andere kom de natte ingrediënten, dus yoghurt , gesmolten boter, zest en citrusssap. Meng goed door elkaar.
Schil de appels, verwijder de klokkenhuizen en snij ze in blokjes. Meng de kaneel en vanillesuiker door de appels.
Neem een dichte vorm die niet kan lekken voor de cake. Geen ringvorm, want daarvoor is het beslag te dun. Vet de vorm in met boter.
Meng de droge ingrediënten voorzichtig met een siliconen spatel door het luchtige ei-suikermengsel. En meng daarna de natte ingrediënten er door heen.
Giet de helft van het beslag in de vorm en verdeel de kaneelappels er gelijk verdeeld overheen. Giet daarna de rest van het beslag over de appels. Je kunt ze ook bovenop het beslag strooien, maar dan zakken ze niet helemaal in de cake. Wat je lekkerder vindt! Bak de cake in 50 tot 60 minuten gaar, maar dek hem de laatste 30 minuten af met zilverfolie, zodat ie niet te donker kleurt.
Haal de cake uit de oven en laat even een kwartiertje afkoelen en stort hem daarna op een plank of schaal. Wij vinden hem lauwwarm ook super lekker, maar koud is ie ook heerlijk.