Maak eerst de boemboe in de vijzel of met een klein hakmolentje of staafmixer. Haal de schil van de sjalot, knoflook en gember en snij ze in grove stukken. De sereh ook in stukjes snijden en het harde uiteinde weggooien. Doe vervolgens alle ingrediënten in de hakmolen en maal tot een fijne puree. Als het te droog is voeg je een beetje water toe.
Haal de kip uit de koeling. Snij kip met bot een paar keer in met een scherp mes, tot aan het bot. Dit helpt bij de garing en smaak opnemen. Knip of snijd de kippendijen in grote stukken, ongeveer van 3x3 cm. Doe alle droge kruiden bij elkaar en meng dit met 2 theelepels van de Boemboe door de kip. Dek de kip af en laat minimaal een uur marineren, maar liever 2 uur.
Haal de schil van de uien en de knoflook en hak ze redelijk fijn. Verwarm een flinke eetlepel plantaardige olie in een wok of pan met dikke bodem en bak hier de gemarineerde kip in. Als je met en zonder bot gebruikt, doe dan eerst met bot en even later kippendij er bij. Zorg dat de kip mooi bruin wordt rondom en haal weer uit de pan met schuimspaan en zet apart.
Doe nu de ui en knoflook in de pan en gooi er een eetlepel water bij, zodat aanbaksels van de kip los komen bij het fruiten van de ui en knoflook. Bak aan op middelhoog vuur, tot het heerlijk begint te ruiken. Doe nu de tomatenpuree en de overige boemboe er bij en roer goed door. Check de pittigheid en beslis dan of je er nog extra sambal in wilt. Doe ook de ketjap manis en de zoute soja er bij en als laatste het bouillon of het water. Meng alles goed met elkaar en zet dan met deksel op een suddervuur of zet in de oven op 180°C. Laat 30 á 40 minuten pruttelen of tot het kippenvlees zacht is en makkelijk van het bot komt. Om dat te controleren kun je met een thermometer de temperatuur checken in een stuk kip met bot. Dit moet tussen 68-74 graden zijn. Vind je de saus niet zout genoeg, doe er dan nog een beetje zout bij.
Om te serveren kun je de ketjap kip nog bestrooien met ringetjes verse lenteui en/of verse koriander. Voor er bij kun je denken aan pandan- of basmati rijst, gebakken uitjes, seroendeng, sperzieboontjes, komkommer in zuur, kroepoek en/of emping en eventueel gekookte eieren.